CHENNAI/MÜNCHEN – Elk jaar komt de Wereldgezondheidsorganisatie met een samenvatting van de mondiale vooruitgang op het gebied van de malariabestrijding. Deze samenvatting biedt een gedetailleerd overzicht van het aantal gevallen in de getroffen landen, toont de veranderingen van jaar tot jaar, schetst de doelstellingen en beoordeelt het huidige financieringslandschap. De Verenigde Naties publiceren een vergelijkbaar jaarverslag voor HIV/AIDS. Dit regelmatig bijhouden van ernstige volksgezondheidsproblemen is essentieel voor een effectieve aanpak, omdat het kan helpen om middelen daar in te zetten waar ze het hardst nodig zijn en om interventies te identificeren die werken.
Maar er is geen gezaghebbende, actuele wereldwijde boekhouding van de luchtvervuiling, een gezondheidsrisico dat een grotere tol eist dan malaria en HIV/AIDS samen. Zwevende deeltjes, een vorm van luchtvervuiling die vaak wordt geassocieerd met stof en rook, leverde de grootste bijdrage aan de ziektelast in 2021 en bleek 1,9 jaar van de gemiddelde levensverwachting af te halen. Luchtvervuiling werd in 2021 ook in verband gebracht met ruim zevenhonderdduizend sterfgevallen bij kinderen jonger dan vijf jaar in 2021, waardoor het de op één na grootste risicofactor is voor sterfte in deze leeftijdsgroep.
De belangrijkste autoriteit op het gebied van de luchtkwaliteit is ongetwijfeld de WHO, die wereldwijd invloedrijke normen voor verontreinigingsniveaus opstelt. Haar meest recente richtlijnen, gepubliceerd in 2021, waren gericht op het verbeteren van de luchtkwaliteitsnormen door het aanbevolen niveau van fijne stofdeeltjes (PM2.5) te verlagen van tien microgram per kubieke meter naar vijf.
De WHO verzamelt ook gegevens over fijnstof per jaar in steden wereldwijd, via haar database over luchtkwaliteit, die voornamelijk gebaseerd is op overheidsmetingen en elke twee tot drie jaar wordt bijgewerkt. Maar in de meest recente editie (bijgewerkt in januari 2024) rapporteerde slechts 0,4 procent van de steden gegevens uit 2022, en ruim de helft van de gegevens is minstens zeven jaar oud. Veel landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië – die een onevenredig groot deel van de gezondheidslast door luchtvervuiling dragen – missen metingen, en vier van de meest vervuilde landen rapporteren helemaal geen gegevens. Dit gebrek aan gegevens maakt het onmogelijk om de wereldwijde vooruitgang te meten of om te zorgen voor een strategische toewijzing van middelen.
Gegevens afkomstig van satellieten zouden de hiaten kunnen opvullen. Maar hoewel diverse groepen dergelijke informatie genereren en verzamelen, is er geen definitieve database. (Toen we aan tien luchtkwaliteitexperts vroegen waar ze de meest recente gegevens vandaan haalden, kregen we veertien verschillende antwoorden, die geen van alle voldeden aan de criteria voor een gezaghebbende wereldwijde bron). Bovendien kennen de jaarlijkse gegevens vaak een vertraging van wel twee jaar en is er geen vast mechanisme om de kwaliteit ervan te beoordelen. In tegenstelling tot wat de naam zegt, zijn voor de berekening van luchtkwaliteitsgegevens die van satellieten afkomstig zijn, gegevens van monitoring op de grond nodig, waardoor satellietgegevens minder betrouwbaar kunnen zijn in landen met weinig monitoringcapaciteit.
Om de luchtvervuiling wereldwijd aan te pakken is een duidelijk mondiaal beeld nodig. Gelukkig is het technologisch, logistiek en politiek haalbaar om een systeem op te zetten dat regelmatig de collectieve vooruitgang in het terugdringen van zwevende deeltjes bijhoudt, met ingebouwde mechanismen om het verzamelen van gegevens op de meest vervuilde plaatsen te verbeteren.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Het eerste doel zou moeten zijn om een jaarlijks, gezaghebbend overzicht te maken van de PM2,5-vervuiling in elk land. Dit zou betekenen dat landen gestimuleerd moeten worden om recentere gegevens van grondmonitoring bij te dragen, dat er een proces opgezet moet worden om deze gegevens te combineren met beschikbare satellietinformatie om de jaarlijkse verontreinigingsniveaus te bepalen, dat er hiaten in de capaciteit en gegevens opgespoord moeten worden, en dat de middelen daarop afgestemd moeten worden.
Mondiale ontwikkelings- en filantropische organisaties zullen aanzienlijke financiële en personele middelen ter beschikking moeten stellen om een dergelijke inspanning te lanceren, inclusief steun voor landen die momenteel niet over de capaciteit beschikken om de luchtkwaliteit te monitoren of te meten. Ook zullen leiders op het gebied van de volksgezondheid, het milieu en de financiën moeten samenwerken, net zoals ze hebben gedaan bij de aanpak van andere ernstige problemen, zoals malaria, HIV/AIDS, COVID-19 en tuberculose.
Diverse VN-instellingen, waaronder de WHO, de Wereld Meteorologische Organisatie en het Milieuprogramma van de VN, zouden deze inspanningen op het gebied van gegevensverzameling en capaciteitsopbouw kunnen huisvesten of coördineren. En instellingen zoals de Wereldbank, regionale ontwikkelingsbanken (onder meer de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank), bilaterale donoren en liefdadigheidsinstellingen moeten helpen bij de financiering.
Er is dringend behoefte aan internationale collectieve actie om dit probleem, dat lokaal is maar wereldwijde gevolgen heeft, aan te pakken. Het meest recente rapport over de luchtkwaliteit, gepubliceerd door Our Common Air, gaat in op enkele van de belangrijkste aandachtspunten. We hebben de afgelopen jaren met succes mondiale gezondheidsproblemen aangepakt en daarmee een handleiding gecreëerd die op andere problemen kan worden toegepast. De vraag is nu of de internationale gemeenschap dit zal gebruiken om ’s werelds grootste externe risico voor de menselijke gezondheid het hoofd te bieden.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
US Treasury Secretary Scott Bessent’s defense of President Donald Trump’s trade tariffs as a step toward “rebalancing” the US economy misses the point. While some economies, like China and Germany, need to increase domestic spending, the US needs to increase national saving.
thinks US Treasury Secretary Scott Bessent is neglecting the need for spending cuts in major federal programs.
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
CHENNAI/MÜNCHEN – Elk jaar komt de Wereldgezondheidsorganisatie met een samenvatting van de mondiale vooruitgang op het gebied van de malariabestrijding. Deze samenvatting biedt een gedetailleerd overzicht van het aantal gevallen in de getroffen landen, toont de veranderingen van jaar tot jaar, schetst de doelstellingen en beoordeelt het huidige financieringslandschap. De Verenigde Naties publiceren een vergelijkbaar jaarverslag voor HIV/AIDS. Dit regelmatig bijhouden van ernstige volksgezondheidsproblemen is essentieel voor een effectieve aanpak, omdat het kan helpen om middelen daar in te zetten waar ze het hardst nodig zijn en om interventies te identificeren die werken.
Maar er is geen gezaghebbende, actuele wereldwijde boekhouding van de luchtvervuiling, een gezondheidsrisico dat een grotere tol eist dan malaria en HIV/AIDS samen. Zwevende deeltjes, een vorm van luchtvervuiling die vaak wordt geassocieerd met stof en rook, leverde de grootste bijdrage aan de ziektelast in 2021 en bleek 1,9 jaar van de gemiddelde levensverwachting af te halen. Luchtvervuiling werd in 2021 ook in verband gebracht met ruim zevenhonderdduizend sterfgevallen bij kinderen jonger dan vijf jaar in 2021, waardoor het de op één na grootste risicofactor is voor sterfte in deze leeftijdsgroep.
De belangrijkste autoriteit op het gebied van de luchtkwaliteit is ongetwijfeld de WHO, die wereldwijd invloedrijke normen voor verontreinigingsniveaus opstelt. Haar meest recente richtlijnen, gepubliceerd in 2021, waren gericht op het verbeteren van de luchtkwaliteitsnormen door het aanbevolen niveau van fijne stofdeeltjes (PM2.5) te verlagen van tien microgram per kubieke meter naar vijf.
De WHO verzamelt ook gegevens over fijnstof per jaar in steden wereldwijd, via haar database over luchtkwaliteit, die voornamelijk gebaseerd is op overheidsmetingen en elke twee tot drie jaar wordt bijgewerkt. Maar in de meest recente editie (bijgewerkt in januari 2024) rapporteerde slechts 0,4 procent van de steden gegevens uit 2022, en ruim de helft van de gegevens is minstens zeven jaar oud. Veel landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië – die een onevenredig groot deel van de gezondheidslast door luchtvervuiling dragen – missen metingen, en vier van de meest vervuilde landen rapporteren helemaal geen gegevens. Dit gebrek aan gegevens maakt het onmogelijk om de wereldwijde vooruitgang te meten of om te zorgen voor een strategische toewijzing van middelen.
Gegevens afkomstig van satellieten zouden de hiaten kunnen opvullen. Maar hoewel diverse groepen dergelijke informatie genereren en verzamelen, is er geen definitieve database. (Toen we aan tien luchtkwaliteitexperts vroegen waar ze de meest recente gegevens vandaan haalden, kregen we veertien verschillende antwoorden, die geen van alle voldeden aan de criteria voor een gezaghebbende wereldwijde bron). Bovendien kennen de jaarlijkse gegevens vaak een vertraging van wel twee jaar en is er geen vast mechanisme om de kwaliteit ervan te beoordelen. In tegenstelling tot wat de naam zegt, zijn voor de berekening van luchtkwaliteitsgegevens die van satellieten afkomstig zijn, gegevens van monitoring op de grond nodig, waardoor satellietgegevens minder betrouwbaar kunnen zijn in landen met weinig monitoringcapaciteit.
Om de luchtvervuiling wereldwijd aan te pakken is een duidelijk mondiaal beeld nodig. Gelukkig is het technologisch, logistiek en politiek haalbaar om een systeem op te zetten dat regelmatig de collectieve vooruitgang in het terugdringen van zwevende deeltjes bijhoudt, met ingebouwde mechanismen om het verzamelen van gegevens op de meest vervuilde plaatsen te verbeteren.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Het eerste doel zou moeten zijn om een jaarlijks, gezaghebbend overzicht te maken van de PM2,5-vervuiling in elk land. Dit zou betekenen dat landen gestimuleerd moeten worden om recentere gegevens van grondmonitoring bij te dragen, dat er een proces opgezet moet worden om deze gegevens te combineren met beschikbare satellietinformatie om de jaarlijkse verontreinigingsniveaus te bepalen, dat er hiaten in de capaciteit en gegevens opgespoord moeten worden, en dat de middelen daarop afgestemd moeten worden.
Mondiale ontwikkelings- en filantropische organisaties zullen aanzienlijke financiële en personele middelen ter beschikking moeten stellen om een dergelijke inspanning te lanceren, inclusief steun voor landen die momenteel niet over de capaciteit beschikken om de luchtkwaliteit te monitoren of te meten. Ook zullen leiders op het gebied van de volksgezondheid, het milieu en de financiën moeten samenwerken, net zoals ze hebben gedaan bij de aanpak van andere ernstige problemen, zoals malaria, HIV/AIDS, COVID-19 en tuberculose.
Diverse VN-instellingen, waaronder de WHO, de Wereld Meteorologische Organisatie en het Milieuprogramma van de VN, zouden deze inspanningen op het gebied van gegevensverzameling en capaciteitsopbouw kunnen huisvesten of coördineren. En instellingen zoals de Wereldbank, regionale ontwikkelingsbanken (onder meer de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank), bilaterale donoren en liefdadigheidsinstellingen moeten helpen bij de financiering.
Er is dringend behoefte aan internationale collectieve actie om dit probleem, dat lokaal is maar wereldwijde gevolgen heeft, aan te pakken. Het meest recente rapport over de luchtkwaliteit, gepubliceerd door Our Common Air, gaat in op enkele van de belangrijkste aandachtspunten. We hebben de afgelopen jaren met succes mondiale gezondheidsproblemen aangepakt en daarmee een handleiding gecreëerd die op andere problemen kan worden toegepast. De vraag is nu of de internationale gemeenschap dit zal gebruiken om ’s werelds grootste externe risico voor de menselijke gezondheid het hoofd te bieden.
Vertaling: Menno Grootveld