WASHINGTON, DC – Later deze maand zal de Bill & Melinda Gates Foundation haar jaarlijkse Goalkeepers report card publiceren, waarin de vooruitgang wordt geanalyseerd op weg naar de Sustainable Development Goals (SDGs, Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) van de VN. Tot de verwachte uitkomsten behoort de voorspelling dat in 2050 bijna 90% van de mondiale armoede geconcentreerd zal zijn in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika, en dat tweederde van de allerarmsten in de wereld in slechts tien landen zal wonen.
Het vermogen om hotspots voor de menselijke ontwikkeling te identificeren – wat we in het jargon SOTCs (“severely off-track countries,” landen die ernstig de weg kwijt zijn) noemen – moet het in theorie makkelijker maken om oplossingen te vinden. Helaas hebben sommige hulporganisaties de neiging fragiele staten links te laten liggen, uit angst dat hun middelen zullen worden verkwist. Momenteel wordt nog geen kwart van de programmeerbare hulp van de OESO-landen aan de SOTCs besteed.
Maar de indruk dat fragiliteit voorafgaat aan “failure” (mislukking) is misplaatst. Met adequate planning is het mogelijk projecten ten uitvoer te leggen die levens verbeteren, zelfs op de meest riskante plekken. Het beste van alles is dat we weten waar we moeten beginnen: door meer te investeren in menselijk kapitaal, en met name in onderwijs.
Volgens het Goalkeepers-rapport is het aantal kinderen dat in Afrika basisonderwijs volgt gestegen van 60 miljoen in 2000 naar zo'n 250 miljoen vandaag de dag, en het tempo van de groei was gelijk voor jongens en meisjes. Maar hoewel meer kinderen naar school gaan, blijft de kwaliteit van het onderwijs heel verschillend. De uitdaging is nu om ervoor te zorgen dat alle kinderen, inclusief de schoolgaande – op alle niveaus – het volledige scala aan vaardigheden verkrijgen dat zij nodig hebben om te kunnen bloeien.
Om jonge mensen de beste kans op succes te geven, moeten de twee “boekensteunen” van de basisschool – de voorschool en het middelbaar onderwijs – ook solide zijn. De voorschool bereidt kinderen voor op de basisschool door hen samenwerking, doorzettingsvermogen, zelfbeheersing en andere essentiële vaardigheden aan te leren. Deze formatieve jaren zijn cruciaal voor de opleiding van een kind omdat, volgens de UNESCO, ruim de helft van alle kinderen en adolescenten wereldwijd nooit de fundamentele competenties ontwikkelt die essentieel zijn om levenslang te kunnen blijven leren.
Aan het andere uiteinde van het spectrum helpt middelbaar onderwijs adolescenten zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Om op dit niveau te kunnen slagen moeten leerlingen zich minimale bekwaamheden eigen maken op het gebied van lezen, wiskunde en talloze niet-cognitieve vaardigheden. Maar zelfs op dit vlak zijn de onderwijsresultaten teleurstellend. In lageinkomenslanden ontberen negen van de tien jongeren de fundamentele bekwaamheden die het middelbaar onderwijs biedt op het gebied van een brede reeks essentiële vaardigheden, uiteenlopend van geletterdheid en kritisch denken tot wiskunde en het oplossen van problemen. Alleen al in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika zijn naar schatting 200 miljoen jongeren (ongeveer 90% van de leerlingen van de basisschool en de middelbare school) niet in staat eenvoudige teksten te lezen.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Ontwikkelingsspecialisten weten dat een goede opleiding transformatief is voor zowel leerlingen als gezinnen, gemeenschappen en landen. Uit een onderzoek uit 2008 is gebleken dat de kwaliteit van het onderwijssysteem van een land – en de cognitieve vermogens van de afgestudeerden – de economische groei positief beïnvloeden. Alleen al dat feit zou moeten volstaan om fragiele staten en hun donors ervan te overtuigen te investeren in het uitbreiden van de toegang tot kwaliteitsonderwijs.
Maar er zijn ook andere, meer indirecte voordelen, vooral voor vrouwen en meisjes. Om te beginnen stellen beter opgeleide vrouwen hun zwangerschap uit en hebben ze doorgaans kleinere gezinnen. Ontwikkelingsdeskundigen, demografen en onderwijspleitbezorgers onderkennen dat vrouwenemancipatie in veel delen van de wereld evenredig is aan de omvang van het gezin. Uit ons onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat een vrouw met nul jaren scholing gemiddeld 4-5 méér kinderen zal hebben dan een vrouw met minstens twaalf jaar scholing.
Het uitbreiden van de onderwijsmogelijkheden voor meisjes zou ook de hele planeet ten goede komen. Het International Institute for Applied Systems Analysis heeft voorspeld dat als ieder meisje in de wereld het middelbaar onderwijs zou voltooien, het geboortecijfer zal dalen en de mondiale bevolkingsgroei met wel twee miljard mensen zal zijn afgenomen in 2045, en met ruim vijf miljard in 2100. Deze vertraging van de groei zou zelfs nog groter kunnen zijn als de 214 miljoen vrouwen in de wereld die zwangerschap willen voorkomen maar geen contraceptie kunnen verkrijgen, toegang zouden hebben tot gezinsplanningsmogelijkheden. Het is geen toeval dat veel van deze vrouwen leven in landen waar minder meisjes dan jongens naar school gaan.
Alles bij elkaar genomen kunnen scholing en gezinsplanning zich vertalen in een reductie met 20 gigaton van de kooldioxide-uitstoot in de komende dertig jaar, omdat minder mensen minder hulpbronnen zullen verbruiken. Het is geen verrassing dat milieuactivisten als Paul Hawken denken dat onderwijs – en het opleiden van meisjes in het bijzonder – tot de meest effectieve stappen behoort die de wereld kan nemen om de klimaatverandering te bestrijden.
Het jaarlijkse Goalkeepers-rapport is een geheugensteun dat kwesties als genderongelijkheid, ondervoeding, geweld en politieke instabiliteit de armste mensen in de wereld nog tientallen jaren parten zullen blijven spelen. Van de oplossingen zijn er weinig zo effectief als kwaliteitsonderwijs. Als fragiele staten en internationale donoren méér middelen zouden aanwenden voor de versterking van de drie pijlers van het onderwijs – de voorschool, de basisschool en de middelbare school – zouden de SOTCs van de wereld eindelijk een kans hebben weer op het juiste spoor te belanden.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
Donald Trump and Elon Musk's reign of disruption is crippling research universities’ ability to serve as productive partners in innovation, thus threatening the very system that they purport to celebrate. The Chinese, who are increasingly becoming frontier innovators in their own right, will be forever grateful.
warns that the pillars of US dynamism and competitiveness are being systematically toppled.
US Treasury Secretary Scott Bessent’s defense of President Donald Trump’s trade tariffs as a step toward “rebalancing” the US economy misses the point. While some economies, like China and Germany, need to increase domestic spending, the US needs to increase national saving.
thinks US Treasury Secretary Scott Bessent is neglecting the need for spending cuts in major federal programs.
WASHINGTON, DC – Later deze maand zal de Bill & Melinda Gates Foundation haar jaarlijkse Goalkeepers report card publiceren, waarin de vooruitgang wordt geanalyseerd op weg naar de Sustainable Development Goals (SDGs, Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) van de VN. Tot de verwachte uitkomsten behoort de voorspelling dat in 2050 bijna 90% van de mondiale armoede geconcentreerd zal zijn in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika, en dat tweederde van de allerarmsten in de wereld in slechts tien landen zal wonen.
Het vermogen om hotspots voor de menselijke ontwikkeling te identificeren – wat we in het jargon SOTCs (“severely off-track countries,” landen die ernstig de weg kwijt zijn) noemen – moet het in theorie makkelijker maken om oplossingen te vinden. Helaas hebben sommige hulporganisaties de neiging fragiele staten links te laten liggen, uit angst dat hun middelen zullen worden verkwist. Momenteel wordt nog geen kwart van de programmeerbare hulp van de OESO-landen aan de SOTCs besteed.
Maar de indruk dat fragiliteit voorafgaat aan “failure” (mislukking) is misplaatst. Met adequate planning is het mogelijk projecten ten uitvoer te leggen die levens verbeteren, zelfs op de meest riskante plekken. Het beste van alles is dat we weten waar we moeten beginnen: door meer te investeren in menselijk kapitaal, en met name in onderwijs.
Volgens het Goalkeepers-rapport is het aantal kinderen dat in Afrika basisonderwijs volgt gestegen van 60 miljoen in 2000 naar zo'n 250 miljoen vandaag de dag, en het tempo van de groei was gelijk voor jongens en meisjes. Maar hoewel meer kinderen naar school gaan, blijft de kwaliteit van het onderwijs heel verschillend. De uitdaging is nu om ervoor te zorgen dat alle kinderen, inclusief de schoolgaande – op alle niveaus – het volledige scala aan vaardigheden verkrijgen dat zij nodig hebben om te kunnen bloeien.
Om jonge mensen de beste kans op succes te geven, moeten de twee “boekensteunen” van de basisschool – de voorschool en het middelbaar onderwijs – ook solide zijn. De voorschool bereidt kinderen voor op de basisschool door hen samenwerking, doorzettingsvermogen, zelfbeheersing en andere essentiële vaardigheden aan te leren. Deze formatieve jaren zijn cruciaal voor de opleiding van een kind omdat, volgens de UNESCO, ruim de helft van alle kinderen en adolescenten wereldwijd nooit de fundamentele competenties ontwikkelt die essentieel zijn om levenslang te kunnen blijven leren.
Aan het andere uiteinde van het spectrum helpt middelbaar onderwijs adolescenten zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Om op dit niveau te kunnen slagen moeten leerlingen zich minimale bekwaamheden eigen maken op het gebied van lezen, wiskunde en talloze niet-cognitieve vaardigheden. Maar zelfs op dit vlak zijn de onderwijsresultaten teleurstellend. In lageinkomenslanden ontberen negen van de tien jongeren de fundamentele bekwaamheden die het middelbaar onderwijs biedt op het gebied van een brede reeks essentiële vaardigheden, uiteenlopend van geletterdheid en kritisch denken tot wiskunde en het oplossen van problemen. Alleen al in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika zijn naar schatting 200 miljoen jongeren (ongeveer 90% van de leerlingen van de basisschool en de middelbare school) niet in staat eenvoudige teksten te lezen.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Ontwikkelingsspecialisten weten dat een goede opleiding transformatief is voor zowel leerlingen als gezinnen, gemeenschappen en landen. Uit een onderzoek uit 2008 is gebleken dat de kwaliteit van het onderwijssysteem van een land – en de cognitieve vermogens van de afgestudeerden – de economische groei positief beïnvloeden. Alleen al dat feit zou moeten volstaan om fragiele staten en hun donors ervan te overtuigen te investeren in het uitbreiden van de toegang tot kwaliteitsonderwijs.
Maar er zijn ook andere, meer indirecte voordelen, vooral voor vrouwen en meisjes. Om te beginnen stellen beter opgeleide vrouwen hun zwangerschap uit en hebben ze doorgaans kleinere gezinnen. Ontwikkelingsdeskundigen, demografen en onderwijspleitbezorgers onderkennen dat vrouwenemancipatie in veel delen van de wereld evenredig is aan de omvang van het gezin. Uit ons onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat een vrouw met nul jaren scholing gemiddeld 4-5 méér kinderen zal hebben dan een vrouw met minstens twaalf jaar scholing.
Het uitbreiden van de onderwijsmogelijkheden voor meisjes zou ook de hele planeet ten goede komen. Het International Institute for Applied Systems Analysis heeft voorspeld dat als ieder meisje in de wereld het middelbaar onderwijs zou voltooien, het geboortecijfer zal dalen en de mondiale bevolkingsgroei met wel twee miljard mensen zal zijn afgenomen in 2045, en met ruim vijf miljard in 2100. Deze vertraging van de groei zou zelfs nog groter kunnen zijn als de 214 miljoen vrouwen in de wereld die zwangerschap willen voorkomen maar geen contraceptie kunnen verkrijgen, toegang zouden hebben tot gezinsplanningsmogelijkheden. Het is geen toeval dat veel van deze vrouwen leven in landen waar minder meisjes dan jongens naar school gaan.
Alles bij elkaar genomen kunnen scholing en gezinsplanning zich vertalen in een reductie met 20 gigaton van de kooldioxide-uitstoot in de komende dertig jaar, omdat minder mensen minder hulpbronnen zullen verbruiken. Het is geen verrassing dat milieuactivisten als Paul Hawken denken dat onderwijs – en het opleiden van meisjes in het bijzonder – tot de meest effectieve stappen behoort die de wereld kan nemen om de klimaatverandering te bestrijden.
Het jaarlijkse Goalkeepers-rapport is een geheugensteun dat kwesties als genderongelijkheid, ondervoeding, geweld en politieke instabiliteit de armste mensen in de wereld nog tientallen jaren parten zullen blijven spelen. Van de oplossingen zijn er weinig zo effectief als kwaliteitsonderwijs. Als fragiele staten en internationale donoren méér middelen zouden aanwenden voor de versterking van de drie pijlers van het onderwijs – de voorschool, de basisschool en de middelbare school – zouden de SOTCs van de wereld eindelijk een kans hebben weer op het juiste spoor te belanden.
Vertaling: Menno Grootveld