alfers1_Naveen SharmaSOPA ImagesLightRocket via Getty Images Naveen SharmaSOPA ImagesLightRocket via Getty Images

Een digitale brug naar sociale steun

JOHANNESBURG – Ondanks alle verwoestingen heeft de COVID-19-crisis ook een zilveren randje: zij heeft de aandacht gevestigd op belangrijke beleidslacunes – te beginnen met het gebrek aan sociale bescherming voor de twee miljard informele werkers in de wereld. Maar om dit falen aan te pakken is meer nodig dan sociale programmaʼs; regeringen zullen ook de digitale kloof moeten overbruggen.

Tijdens de pandemie hebben sociale programmaʼs ter ondersteuning van de ʻmissing middleʼ - informele werknemers die zijn uitgesloten van de standaard arbeidsgebonden sociale zekerheid en vaak niet in aanmerking komen voor sociale programmaʼs die op de allerarmsten zijn gericht – zwaar geleund op digitale technologieën. Registratie gebeurde op smartphones. Regeringen controleerden de begunstigden met behulp van digitale identificatiesystemen. Betalingen vonden plaats in e-wallets.

Door dit welkome gebruik van digitale technologie werden de procedures gestroomlijnd en konden werknemers face-to-face-interacties vermijden wanneer zij een uitkering aanvroegen of inden. Maar deze aanpak houdt ook een duidelijk risico in: uitsluiting van degenen die zich aan de verkeerde kant van de digitale kloof bevinden.

De ervaring van informele afvalophalers hier in Johannesburg is leerzaam. Toen de Zuid-Afrikaanse regering tijdens de pandemie de Social Relief of Distress cash grant invoerde voor volwassenen die van andere vormen van overheidssteun waren uitgesloten, moesten de aanvragen voor deze uitkering worden ingediend via een websiteformulier, e-mail, WhatsApp of een Unstructured Supplementary Data code.

Dit was efficiënt, maar hield de aanvraag ook buiten bereik van veel afvalophalers. Volgens Steven Leeuw, een actief lid van de African Reclaimers Organization (ARO), ʻheeft 90 procent van de mensen met wie we werken geen mobiele telefoon. Als ze die al hebben, is het meestal een oude die niet echt werkt, of hebben ze geen geld voor data, of een plek waar ze gratis WiFi kunnen krijgen.ʼ

Gelukkig kwam de ARO tussenbeide om de leden te helpen bij het aanvragen. Dit betekende niet alleen het invullen en indienen van de formulieren, maar ook het uitvoeren van eventuele extra administratieve stappen als de eerste aanvraag werd afgewezen. Leeuw: ʻHet zou gewoon makkelijker zijn geweest als [het Zuid-Afrikaanse bureau voor sociale zekerheid] ambtenaren naar onze werkplekken had gestuurd om mensen te helpen zich aan te melden voor de uitkering.ʼ

Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
PS_Digital_1333x1000_Intro-Offer1

Introductory Offer: Save 30% on PS Digital

Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.

Subscribe Now

Er zijn soortgelijke verhalen over de hele wereld. In Mexico-Stad was de uitkering voor niet-gesalarieerde werknemers aanvankelijk alleen toegankelijk via een online-aanvraag. ʻIk ben drie keer naar het internetcafé gegaan om documenten te scannen en e-mails te versturen,ʼ zei een werknemer. ʻHoe moeten mensen die niet kunnen lezen en schrijven en het internetcafé niet kunnen betalen dat doen?ʼ Na protesten van arbeidersorganisaties voegde de regering een handmatige aanvraagmogelijkheid toe.

Op dezelfde manier hadden informele arbeiders in Delhi moeite met digitale aanvragen voor het Pradhan Mantri Street Vendors AtmaNirbhar Nidhi (SVANidhi) programma – een programma van overheidskredieten dat bedoeld is om straatverkopers te steunen. De aanvraagformulieren waren niet alleen uitsluitend online beschikbaar, maar waren ook niet geschreven in het Hindi, en de website crashte regelmatig.

Bovendien moesten aanvragers aanvankelijk een Aadhar Card hebben (een vorm van digitale identificatie die gekoppeld is aan biometrische en demografische gegevens), gekoppeld aan een mobiel telefoonnummer, wat voor een heleboel andere problemen zorgde. ʻNiet alle werknemers hebben een Aadhar-kaart,ʼ aldus Shalini Sinha, coördinator in Delhi voor Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing. ʻOf als het arbeidsmigranten zijn, kan de kaart nog in hun dorp liggen, en dan gebruiken ze misschien niet hetzelfde mobiele telefoonnummer, zodat ze een heel proces moeten doorlopen om een nieuw nummer aan de kaart te koppelen.ʼ

Dit zijn geen geïsoleerde incidenten of willekeurig gekozen anekdotes. In een rapport uit 2019 van de toenmalige speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor extreme armoede en mensenrechten, Philip Alston, werd vastgesteld dat de digitalisering van de welzijnszorg vaak leidt tot ʻsterke verlagingen van het totale welzijnsbudget, een verkleining van het aantal begunstigden, [en] de afschaffing van sommige diensten.ʼ In feite, zo waarschuwde Alston, straffen digitale welzijnssystemen vaak ʻde armere klassen.ʼ De onbeperkte matching van gegevens wordt bijvoorbeeld gebruikt om de ʻgeringste onregelmatighedenʼ in de dossiers van bijstandsgerechtigden bloot te leggen en te bestraffen, wat soms leidt tot het ontzeggen van essentiële diensten.

Technologische oplossingen mogen niet worden gebruikt als middel om budgetten te verlagen en de verantwoordelijkheid af te wentelen van de staat op basisorganisaties die de armen helpen. Overheden die digitale technologieën toepassen op sociale bijstandsprogrammaʼs moeten ook zorgen voor rechtvaardigheid in de systemen en instellingen waarin deze programma's zijn ingebed.

Om te beginnen moeten regeringen, wanneer zij investeren in de digitale transitie (onder meer door grote sommen geld naar de particuliere sector te sluizen), ook het werk van basisorganisaties ondersteunen die essentiële diensten verlenen om mensen gebruik te laten maken van deze diensten. Op dit moment zijn maar weinig basisorganisaties in het Mondiale Zuiden in staat de financiële middelen bijeen te brengen die nodig zijn om hun werk te kunnen blijven doen.

Bovendien moeten regeringen mechanismen in het leven roepen voor zinvol overleg met deze organisaties, om programmaʼs te ontwerpen die aan de behoeften van de doelgroepen voldoen, de vooruitgang te controleren en te beoordelen, en de nodige veranderingen door te voeren. Ambtenaren in de frontlinie, zoals maatschappelijk werkers en registratieambtenaren, zullen ook meer steun nodig hebben, onder meer om hun gelederen in sommige gevallen uit te breiden.

Natuurlijk moet het dichten van de digitale kloof ook een hoge prioriteit krijgen. Dit betekent dat de toegang tot digitale technologieën, zoals mobiele telefoons en breedbandinternet, moet worden uitgebreid, en dat ervoor moet worden gezorgd dat de mensen de kennis hebben om deze technologieën te gebruiken. En ook hier is een belangrijke rol weggelegd voor basisorganisaties. Maar in de tussentijd moet de digitale kloof worden overbrugd om de meest kwetsbaren toegang te geven tot cruciale overheidssteun.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/lxSPEVRnl