WASHINGTON, DC – Het jaar 2020 heeft alles veranderd. De wereld wordt nu geconfronteerd met onderling verbonden gezondheids-, economische en klimaatcrises die geen historische parallel kennen. Deze drievoudige crisis treft iedereen, maar is vooral verwoestend voor kwetsbare ontwikkelingslanden.
Het tragische is dat deze landen relatief weinig rechtstreekse publieke steun krijgen om veerkracht op te bouwen tegen de klimaatverandering, en dat de ontwikkelingshulp wordt verminderd in plaats van uitgebreid. Zoals de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, tijdens de recente Climate Ambition Summit van de VN heeft opgemerkt, liggen de ontwikkelde landen niet op schema om hun belofte na te komen om 100 miljard dollar per jaar uit te trekken voor de ondersteuning van de klimaatinspanningen van de ontwikkelingslanden.
De internationale gemeenschap moet zich nu solidair tonen en kwetsbare landen helpen het hoofd te bieden aan de vele bedreigingen waarmee zij worden geconfronteerd. Dat is in ieders belang, want de gevolgen van de klimaatverandering, de COVID-19-pandemie en economische schokken kennen geen grenzen.
Alleen al in 2020 werden ruim 50 miljoen mensen getroffen door klimaatgerelateerde rampen, terwijl ze ook geconfronteerd werden met de pandemie en de economische crisis. Van tyfoons en cyclonen die Zuidoost-Aziatische steden teisterden tot ernstige droogtes die Afrikaanse boeren tot wanhoop dreven, de gevolgen waren ernstig. Tegen het einde van 2021 zou de pandemie wereldwijd nog eens 150 miljoen mensen de extreme armoede in kunnen brengen.
Uit onderzoek van de Global Commission on Adaptation blijkt dat iedere dollar die in veerkracht wordt geïnvesteerd tot wel 10 dollar aan netto economische voordelen oplevert. Dergelijke uitgaven kunnen kwetsbare landen een urgente economische impuls geven tijdens de COVID-19-crisis en het levensonderhoud van de mensen verbeteren.
Veel van deze staten, van Bangladesh tot Fiji, zijn al bezig met het opbouwen van veerkracht tegen klimaatbedreigingen – maar ze hebben meer internationale steun nodig om die uitdaging ten volle aan te kunnen gaan. De wereldleiders moeten daarom meer doen door meer te investeren, vroeg te investeren en lokaal te investeren.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Hoewel beleidsmakers tot nu toe 13 biljoen dollar hebben gemobiliseerd voor economisch herstel, is slechts een zeer klein deel van dit bedrag uitgegeven door ontwikkelingslanden met een laag inkomen. Deze economieën hebben slechts 2 procent van hun bbp kunnen besteden aan de respons- en herstelmaatregelen in verband met COVID-19, terwijl de rijkere economieën daar gemiddeld 8,8 procent van hun bbp aan hebben gespendeerd.
Bovendien zullen de kosten om de ontwikkelingslanden te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering tegen 2030 naar schatting 140 tot 300 miljard dollar per jaar bedragen – een fractie van wat is uitgegeven aan de wereldwijde COVID-19-herstelmaatregelen.
Dit is niet het moment voor rijke landen om gierig te zijn. De geschiedenis heeft aangetoond dat wanneer een crisis toeslaat, regeringen meer middelen ter beschikking kunnen stellen zonder de inflatie te voeden. Na de financiële crisis van 2008 ging het bijvoorbeeld beter met landen die opzettelijk grote begrotingstekorten opliepen, zoals de Verenigde Staten en China, dan met landen die bezuinigden. Veel studies bevestigen dit positieve economische effect.
Bovendien is het zo dat hoe eerder de internationale gemeenschap tot handelen overgaat, des te beter het met ons allemaal zal gaan. Zoals de COVID-19 pandemie duidelijk heeft gemaakt, is het beter en goedkoper om vandaag te investeren in voorbereidingen dan te wachten tot de volgende crisis uitbreekt. Investeringen in veerkracht kunnen toekomstige verliezen als gevolg van stormen, overstromingen en droogtes verzachten en tegelijkertijd economische kansen creëren en het maatschappelijk welzijn bevorderen.
Zo kan het klimaatbestendiger maken van de infrastructuur de aanloopkosten van een project met ongeveer 3 procent verhogen, maar is het rendement wel vier keer zo hoog. Op dezelfde manier kunnen investeringen in systemen voor vroegtijdige waarschuwing talloze levens en activa redden. Het uitgeven van 800 miljoen dollar aan dergelijke systemen in ontwikkelingslanden kan verliezen van 3 tot 16 miljard dollar per jaar voorkomen.
Bangladesh heeft de voordelen van dergelijke vroegtijdige maatregelen uit de eerste hand gezien. Het land heeft in de decennia na de cycloon Bhola, die in 1970 aan 300.000 mensen het leven kostte, zwaar geïnvesteerd in verbeterde systemen voor vroegtijdige waarschuwing en rampenbestrijding. Hoewel iedere dood als gevolg van een natuurramp een tragedie is, was het dodental in mei 2020, toen de cycloon Amphan, een storm van vergelijkbare omvang, Bangladesh trof, niet hoger dan een paar tientallen.
Tot slot moeten de regeringen bij het uitvoeren van deze investeringen ervoor zorgen dat de financiering op lokaal niveau terechtkomt. Lokale gemeenschappen staan in de frontlinie van zowel de COVID-19- als de klimaatcrisis, maar hebben zelden een stem in de interventies die hen het meest raken. De directe financiering van lokale en nationale actoren vertegenwoordigde in 2019 slechts 2,1 procent van de totale internationale humanitaire hulp.
Net als andere maatregelen om de veerkracht te bevorderen leveren investeringen in lokale gemeenschappen talrijke voordelen op die verder gaan dan alleen het aanpakken van de klimaatrisicoʼs. In Kenia heeft een overheidsprogramma dat erop gericht is lokale overheden en gemeenschappen in staat te stellen de klimaatbestendigheid te versterken, de huishoudens betere toegang tot water, hogere inkomens en een betere voedselzekerheid gegeven.
Er bestaan veel oplossingen om financiering op lokaal niveau te krijgen. In 2019 heeft BRAC het Climate Bridge Fund in Bangladesh opgericht om de lokale niet-profitorganisaties in de door de klimaatverandering getroffen gemeenschappen te helpen meer toegang te krijgen tot financiering. Het programma helpt bij het verwezenlijken van lokaal geleide klimaatbestendigheidsprojecten – zoals het upgraden van de infrastructuur in sloppenwijken van steden om stormen en overstromingen te weerstaan – die anders misschien over het hoofd zouden worden gezien ten gunste van initiatieven met een hoger profiel.
De wereld kan sterker uit de onderling verbonden gezondheids-, economische en klimaatcrises tevoorschijn komen, maar voor succes zijn gedurfde, urgente en vooruitziende maatregelen nodig. De komende Climate Adaptation Summit en de COP26 -klimaatconferentie in november in Glasgow zullen belangrijke checkpoints zijn voor de internationale gemeenschap. Maar we kunnen niet tot die tijd wachten met het nemen van aanpassingsmaatregelen. De wereldleiders moeten vandaag in actie komen om te zorgen voor een duurzaam en rechtvaardig herstel dat de meest kwetsbare bevolkingsgroepen ondersteunt.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
Donald Trump and Elon Musk's reign of disruption is crippling research universities’ ability to serve as productive partners in innovation, thus threatening the very system that they purport to celebrate. The Chinese, who are increasingly becoming frontier innovators in their own right, will be forever grateful.
warns that the pillars of US dynamism and competitiveness are being systematically toppled.
US Treasury Secretary Scott Bessent’s defense of President Donald Trump’s trade tariffs as a step toward “rebalancing” the US economy misses the point. While some economies, like China and Germany, need to increase domestic spending, the US needs to increase national saving.
thinks US Treasury Secretary Scott Bessent is neglecting the need for spending cuts in major federal programs.
WASHINGTON, DC – Het jaar 2020 heeft alles veranderd. De wereld wordt nu geconfronteerd met onderling verbonden gezondheids-, economische en klimaatcrises die geen historische parallel kennen. Deze drievoudige crisis treft iedereen, maar is vooral verwoestend voor kwetsbare ontwikkelingslanden.
Het tragische is dat deze landen relatief weinig rechtstreekse publieke steun krijgen om veerkracht op te bouwen tegen de klimaatverandering, en dat de ontwikkelingshulp wordt verminderd in plaats van uitgebreid. Zoals de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, tijdens de recente Climate Ambition Summit van de VN heeft opgemerkt, liggen de ontwikkelde landen niet op schema om hun belofte na te komen om 100 miljard dollar per jaar uit te trekken voor de ondersteuning van de klimaatinspanningen van de ontwikkelingslanden.
De internationale gemeenschap moet zich nu solidair tonen en kwetsbare landen helpen het hoofd te bieden aan de vele bedreigingen waarmee zij worden geconfronteerd. Dat is in ieders belang, want de gevolgen van de klimaatverandering, de COVID-19-pandemie en economische schokken kennen geen grenzen.
Alleen al in 2020 werden ruim 50 miljoen mensen getroffen door klimaatgerelateerde rampen, terwijl ze ook geconfronteerd werden met de pandemie en de economische crisis. Van tyfoons en cyclonen die Zuidoost-Aziatische steden teisterden tot ernstige droogtes die Afrikaanse boeren tot wanhoop dreven, de gevolgen waren ernstig. Tegen het einde van 2021 zou de pandemie wereldwijd nog eens 150 miljoen mensen de extreme armoede in kunnen brengen.
Uit onderzoek van de Global Commission on Adaptation blijkt dat iedere dollar die in veerkracht wordt geïnvesteerd tot wel 10 dollar aan netto economische voordelen oplevert. Dergelijke uitgaven kunnen kwetsbare landen een urgente economische impuls geven tijdens de COVID-19-crisis en het levensonderhoud van de mensen verbeteren.
Veel van deze staten, van Bangladesh tot Fiji, zijn al bezig met het opbouwen van veerkracht tegen klimaatbedreigingen – maar ze hebben meer internationale steun nodig om die uitdaging ten volle aan te kunnen gaan. De wereldleiders moeten daarom meer doen door meer te investeren, vroeg te investeren en lokaal te investeren.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Hoewel beleidsmakers tot nu toe 13 biljoen dollar hebben gemobiliseerd voor economisch herstel, is slechts een zeer klein deel van dit bedrag uitgegeven door ontwikkelingslanden met een laag inkomen. Deze economieën hebben slechts 2 procent van hun bbp kunnen besteden aan de respons- en herstelmaatregelen in verband met COVID-19, terwijl de rijkere economieën daar gemiddeld 8,8 procent van hun bbp aan hebben gespendeerd.
Bovendien zullen de kosten om de ontwikkelingslanden te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering tegen 2030 naar schatting 140 tot 300 miljard dollar per jaar bedragen – een fractie van wat is uitgegeven aan de wereldwijde COVID-19-herstelmaatregelen.
Dit is niet het moment voor rijke landen om gierig te zijn. De geschiedenis heeft aangetoond dat wanneer een crisis toeslaat, regeringen meer middelen ter beschikking kunnen stellen zonder de inflatie te voeden. Na de financiële crisis van 2008 ging het bijvoorbeeld beter met landen die opzettelijk grote begrotingstekorten opliepen, zoals de Verenigde Staten en China, dan met landen die bezuinigden. Veel studies bevestigen dit positieve economische effect.
Bovendien is het zo dat hoe eerder de internationale gemeenschap tot handelen overgaat, des te beter het met ons allemaal zal gaan. Zoals de COVID-19 pandemie duidelijk heeft gemaakt, is het beter en goedkoper om vandaag te investeren in voorbereidingen dan te wachten tot de volgende crisis uitbreekt. Investeringen in veerkracht kunnen toekomstige verliezen als gevolg van stormen, overstromingen en droogtes verzachten en tegelijkertijd economische kansen creëren en het maatschappelijk welzijn bevorderen.
Zo kan het klimaatbestendiger maken van de infrastructuur de aanloopkosten van een project met ongeveer 3 procent verhogen, maar is het rendement wel vier keer zo hoog. Op dezelfde manier kunnen investeringen in systemen voor vroegtijdige waarschuwing talloze levens en activa redden. Het uitgeven van 800 miljoen dollar aan dergelijke systemen in ontwikkelingslanden kan verliezen van 3 tot 16 miljard dollar per jaar voorkomen.
Bangladesh heeft de voordelen van dergelijke vroegtijdige maatregelen uit de eerste hand gezien. Het land heeft in de decennia na de cycloon Bhola, die in 1970 aan 300.000 mensen het leven kostte, zwaar geïnvesteerd in verbeterde systemen voor vroegtijdige waarschuwing en rampenbestrijding. Hoewel iedere dood als gevolg van een natuurramp een tragedie is, was het dodental in mei 2020, toen de cycloon Amphan, een storm van vergelijkbare omvang, Bangladesh trof, niet hoger dan een paar tientallen.
Tot slot moeten de regeringen bij het uitvoeren van deze investeringen ervoor zorgen dat de financiering op lokaal niveau terechtkomt. Lokale gemeenschappen staan in de frontlinie van zowel de COVID-19- als de klimaatcrisis, maar hebben zelden een stem in de interventies die hen het meest raken. De directe financiering van lokale en nationale actoren vertegenwoordigde in 2019 slechts 2,1 procent van de totale internationale humanitaire hulp.
Net als andere maatregelen om de veerkracht te bevorderen leveren investeringen in lokale gemeenschappen talrijke voordelen op die verder gaan dan alleen het aanpakken van de klimaatrisicoʼs. In Kenia heeft een overheidsprogramma dat erop gericht is lokale overheden en gemeenschappen in staat te stellen de klimaatbestendigheid te versterken, de huishoudens betere toegang tot water, hogere inkomens en een betere voedselzekerheid gegeven.
Er bestaan veel oplossingen om financiering op lokaal niveau te krijgen. In 2019 heeft BRAC het Climate Bridge Fund in Bangladesh opgericht om de lokale niet-profitorganisaties in de door de klimaatverandering getroffen gemeenschappen te helpen meer toegang te krijgen tot financiering. Het programma helpt bij het verwezenlijken van lokaal geleide klimaatbestendigheidsprojecten – zoals het upgraden van de infrastructuur in sloppenwijken van steden om stormen en overstromingen te weerstaan – die anders misschien over het hoofd zouden worden gezien ten gunste van initiatieven met een hoger profiel.
De wereld kan sterker uit de onderling verbonden gezondheids-, economische en klimaatcrises tevoorschijn komen, maar voor succes zijn gedurfde, urgente en vooruitziende maatregelen nodig. De komende Climate Adaptation Summit en de COP26 -klimaatconferentie in november in Glasgow zullen belangrijke checkpoints zijn voor de internationale gemeenschap. Maar we kunnen niet tot die tijd wachten met het nemen van aanpassingsmaatregelen. De wereldleiders moeten vandaag in actie komen om te zorgen voor een duurzaam en rechtvaardig herstel dat de meest kwetsbare bevolkingsgroepen ondersteunt.
Vertaling: Menno Grootveld