GENÈVE/LONDEN/NEW YORK – Terwijl de wereld zijn aandacht richt op het winnen van de strijd tegen COVID-19, mogen we niet vergeten dat we nog steeds oorlog voeren tegen de vermijdbare kinder- en moedersterfte – een oorlog die de wereldleiders hebben beloofd vóór 2030 te zullen winnen. De internationale gemeenschap moet zich daar opnieuw aan verplichten en die belofte dit decennium inlossen.
Kinderoverleving is wellicht het grootste onbekende succesverhaal uit de recente geschiedenis van de internationale ontwikkeling. Vanaf begin jaren negentig is het sterftecijfer voor kinderen onder de vijf met bijna 60% gekelderd. En het jaarlijkse tempo van de daling is sinds 2000 versneld, waardoor miljoenen levens zijn gered. De moedersterfte is ook snel gedaald – de afgelopen twintig jaar met bijna 40%.
[Grafiek]
Deze winst is grotendeels het resultaat van inspanningen om het bereik van de gezondheidszorgsystemen in de armste landen ter wereld uit te breiden. De eerstelijnsgezondheidszorg is de katalysator geweest voor een paar van de meest indrukwekkende resultaten. Landen als Bangladesh en Ethiopië hebben verbazingwekkende vooruitgang geboekt door gezondheidszorgwerkers te trainen en in te zetten waar ze het meest effectief kunnen zijn – te weten in de gemeenschappen die ze dienen.
Internationale samenwerking is een andere belangrijke motor achter de verandering. Hulp die sinds 2000 is verstrekt via Gavi, de Vaccinatie Alliantie, heeft het mogelijk gemaakt dat ruim 760 miljoen mensen ingeënt werden tegen dodelijke ziekten, waardoor ruim 13 miljoen levens werden gered.
Ondanks deze vooruitgang sterven kinderen en hun moeders nog steeds in ontstellende aantallen. Ruim vijf miljoen jonge levens gaan nog ieder jaar verloren – bijna de helft in de eerste levensmaand – aan vermijdbare en behandelbare ziektes als longontsteking, malaria en diarree. Ruim achthonderd vrouwen en jongvolwassen meisjes sterven iedere dag aan vermijdbare oorzaken die verband houden met zwangerschap en geboorte, grotendeels als gevolg van een gebrek aan reproductieve gezondheidszorg.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Zelfs als vóór de COVID-19-pandemie lag de wereld niet op koers om zijn belofte in te lossen – vervat in Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 3 – om tegen 2030 een einde te maken aan de vermijdbare moeder- en kindersterfte. Als de vooruitgang in het komende decennium een weerspiegeling is van die in het voorafgaande, zullen in 2030 jaarlijks nog steeds ruim drie miljoen kinderen overlijden. De doelstellingen voor het terugdringen van de moedersterfte zullen dan ook bij lange na niet gehaald worden.
Het gevaar dreigt nu dat COVID-19 de kloof tussen de beloftes op het gebied van de SDGʼs en de werkelijkheid zal vergroten. De ontwrichting van de aanbodketens, de toenemende financiële druk en de verstrooiing van gezondheidszorgwerkers en middelen ondermijnen nu al het dienstenaanbod in kwetsbare gebieden. Gavi meldt vertragingen bij ʻ14 door Gavi gesteunde vaccinatiecampagnes,ʼ en bij ʻvier nationale vaccin-introducties,ʼ waardoor 13 miljoen mensen – waaronder veel kinderen – zonder vaccinbescherming blijven.
Bovendien schrikken lockdown-beleid en angst voor besmetting mensen af van het zoeken naar andere vormen van gezondheidszorg. Onderzoekers van de Johns Hopkins University School of Medicine schatten dat een vermindering met 15% van het gebruik van routinematige gezondheidszorgdiensten over een periode van zes maanden kan leiden tot 253.000 extra kinderdoden. Een ander onderzoeksteam van het Guttmacher Institute schat dat zelfs een bescheiden daling van 10% in de dekking van met zwangerschappen samenhangende en neonatale gezondheidszorg zou resulteren in nog eens 28.000 doden onder moeders en 168.000 doden onder pasgeborenen.
We hebben dit eerder gezien. Tijdens de Ebola-crisis in West-Afrika tussen 2014 en 2016 zorgde de ineenstorting van het routinematige dienstenaanbod voor een rampzalige stijging van het aantal kinderdoden als gevolg van malaria en andere ziekten, en voor een stijging van de moedersterfte en het aantal doodgeborenen.
Net als Ebola vergt COVID-19 de aandacht – en de samenwerking – van de hele wereld. Zonder vaccin is er geen exit uit de pandemie mogelijk. Dat is de reden dat de ontwikkeling en een evenredige distributie van een vaccin zo cruciaal zijn. Internationale samenwerking om de gezondheidszorgsystemen te versterken en de tests, beschermingsmiddelen en medische apparatuur te leveren die nodig zijn om levens te redden blijft een prioriteit van de eerste orde.
Maar we mogen niet toestaan dat een nieuwe gezondheidszorgcrisis, hoe dodelijk ook, de tol van oude ʻkillersʼ van ʼs werelds meest achtergestelde kinderen en vrouwen doet stijgen. Voor het vermijden van deze uitkomst is een vierledige aanpak nodig.
In de eerste plaats moeten overheden en donoren de zwaarbevochten winst op het gebied van de gezondheid van moeder en kind verdedigen door de budgetten voor gemeenschapsgezondheidszorg te beschermen, inclusief de gezondheidszorg en inenting van moeders. De donorbijeenkomst van volgende maand die gaat beslissen over de financiering van Gavi voor de periode 2021-2025 is van cruciaal belang. Door gehoor te geven aan de oproep van Gavi om $7,4 miljard aan nieuwe fondsen te verstrekken zouden de donoren de organisatie in staat stellen in deze periode nog eens 300 miljoen kinderen in de ontwikkelingslanden in te enten – waardoor acht miljoen levens gered zouden worden. Er is geen kosteneffectievere investering in de gezondheidszorg denkbaar.
In de tweede plaats moeten de inspanningen om veerkrachtiger gezondheidszorgsystemen te bouwen worden versterkt, met een focus op het aanpakken van de zwakheden die COVID-19 heeft blootgelegd. Veel van ʼs werelds armste landen hebben tekorten aan medische zuurstof – een middel van cruciaal belang, niet alleen voor de behandeling van COVID-19, maar ook van kinderlongontsteking – waaraan ieder jaar 800.000 kinderen van nog geen vijf jaar oud overlijden – en van malaria, sepsis en ademhalingsproblemen bij pasgeborenen.
In de derde plaats is de tijd aangebroken om afscheid te nemen van de valse notie dat universele ziektekostendekking een onbetaalbare luxe is. Wél onbetaalbaar zijn de ongelijkheid, het lijden en de inefficiëntie die gepaard gaat met de financiering van gezondheidszorgdiensten via gebruikslasten die worden opgelegd aan mensen die te arm zijn om die te kunnen betalen. Nu de armoede op het punt staat te gaan toenemen, is de eliminatie van deze lasten en het versterken van de publiek gefinancierde gezondheidszorgsystemen urgenter dan ooit. In feite maakt de universele ziektekostendekking deel uit van dezelfde SDG als vermijdbare moeder- en kindersterfte, waardoor het onderlinge verband wordt onderstreept.
Naarmate de financiële druk op gezondheidszorgsystemen toeneemt, moeten we iedere route voor de mobilisering van hulpmiddelen onderzoeken. Het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank hebben een toezegging van de G20-landen gewaarborgd om de schuldenaflossing van de armste landen op te schorten. Dit is een kans om geld dat is geoormerkt voor schuldenaflossing om te zetten in een investeringsfonds voor de gezondheid van moeder en kind.
COVID-19 is een verwoestende verwijzing naar onze gedeelde kwetsbaarheid. Maar we worden allemaal verenigd door de gedeelde waarden die worden weerspiegeld in onze belofte om een einde te maken aan de vermijdbare kinder- en moedersterfte. Terwijl we de pandemie bestrijden, moeten we vasthouden aan die toezegging en de belofte waarmaken aan de kinderen en vrouwen wier levens op het spel staan.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
Donald Trump’s attempt to reindustrialize the US economy by eliminating trade deficits will undoubtedly cause pain and disruption on a massive scale. But it is important to remember that both major US political parties have abandoned free trade in pursuit of similar goals.
argues that America’s protectionist policies reflect a global economic reordering that was already underway.
Donald Trump and Elon Musk's reign of disruption is crippling research universities’ ability to serve as productive partners in innovation, thus threatening the very system that they purport to celebrate. The Chinese, who are increasingly becoming frontier innovators in their own right, will be forever grateful.
warns that the pillars of US dynamism and competitiveness are being systematically toppled.
GENÈVE/LONDEN/NEW YORK – Terwijl de wereld zijn aandacht richt op het winnen van de strijd tegen COVID-19, mogen we niet vergeten dat we nog steeds oorlog voeren tegen de vermijdbare kinder- en moedersterfte – een oorlog die de wereldleiders hebben beloofd vóór 2030 te zullen winnen. De internationale gemeenschap moet zich daar opnieuw aan verplichten en die belofte dit decennium inlossen.
Kinderoverleving is wellicht het grootste onbekende succesverhaal uit de recente geschiedenis van de internationale ontwikkeling. Vanaf begin jaren negentig is het sterftecijfer voor kinderen onder de vijf met bijna 60% gekelderd. En het jaarlijkse tempo van de daling is sinds 2000 versneld, waardoor miljoenen levens zijn gered. De moedersterfte is ook snel gedaald – de afgelopen twintig jaar met bijna 40%.
[Grafiek]
Deze winst is grotendeels het resultaat van inspanningen om het bereik van de gezondheidszorgsystemen in de armste landen ter wereld uit te breiden. De eerstelijnsgezondheidszorg is de katalysator geweest voor een paar van de meest indrukwekkende resultaten. Landen als Bangladesh en Ethiopië hebben verbazingwekkende vooruitgang geboekt door gezondheidszorgwerkers te trainen en in te zetten waar ze het meest effectief kunnen zijn – te weten in de gemeenschappen die ze dienen.
Internationale samenwerking is een andere belangrijke motor achter de verandering. Hulp die sinds 2000 is verstrekt via Gavi, de Vaccinatie Alliantie, heeft het mogelijk gemaakt dat ruim 760 miljoen mensen ingeënt werden tegen dodelijke ziekten, waardoor ruim 13 miljoen levens werden gered.
Ondanks deze vooruitgang sterven kinderen en hun moeders nog steeds in ontstellende aantallen. Ruim vijf miljoen jonge levens gaan nog ieder jaar verloren – bijna de helft in de eerste levensmaand – aan vermijdbare en behandelbare ziektes als longontsteking, malaria en diarree. Ruim achthonderd vrouwen en jongvolwassen meisjes sterven iedere dag aan vermijdbare oorzaken die verband houden met zwangerschap en geboorte, grotendeels als gevolg van een gebrek aan reproductieve gezondheidszorg.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Zelfs als vóór de COVID-19-pandemie lag de wereld niet op koers om zijn belofte in te lossen – vervat in Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 3 – om tegen 2030 een einde te maken aan de vermijdbare moeder- en kindersterfte. Als de vooruitgang in het komende decennium een weerspiegeling is van die in het voorafgaande, zullen in 2030 jaarlijks nog steeds ruim drie miljoen kinderen overlijden. De doelstellingen voor het terugdringen van de moedersterfte zullen dan ook bij lange na niet gehaald worden.
Het gevaar dreigt nu dat COVID-19 de kloof tussen de beloftes op het gebied van de SDGʼs en de werkelijkheid zal vergroten. De ontwrichting van de aanbodketens, de toenemende financiële druk en de verstrooiing van gezondheidszorgwerkers en middelen ondermijnen nu al het dienstenaanbod in kwetsbare gebieden. Gavi meldt vertragingen bij ʻ14 door Gavi gesteunde vaccinatiecampagnes,ʼ en bij ʻvier nationale vaccin-introducties,ʼ waardoor 13 miljoen mensen – waaronder veel kinderen – zonder vaccinbescherming blijven.
Bovendien schrikken lockdown-beleid en angst voor besmetting mensen af van het zoeken naar andere vormen van gezondheidszorg. Onderzoekers van de Johns Hopkins University School of Medicine schatten dat een vermindering met 15% van het gebruik van routinematige gezondheidszorgdiensten over een periode van zes maanden kan leiden tot 253.000 extra kinderdoden. Een ander onderzoeksteam van het Guttmacher Institute schat dat zelfs een bescheiden daling van 10% in de dekking van met zwangerschappen samenhangende en neonatale gezondheidszorg zou resulteren in nog eens 28.000 doden onder moeders en 168.000 doden onder pasgeborenen.
We hebben dit eerder gezien. Tijdens de Ebola-crisis in West-Afrika tussen 2014 en 2016 zorgde de ineenstorting van het routinematige dienstenaanbod voor een rampzalige stijging van het aantal kinderdoden als gevolg van malaria en andere ziekten, en voor een stijging van de moedersterfte en het aantal doodgeborenen.
Net als Ebola vergt COVID-19 de aandacht – en de samenwerking – van de hele wereld. Zonder vaccin is er geen exit uit de pandemie mogelijk. Dat is de reden dat de ontwikkeling en een evenredige distributie van een vaccin zo cruciaal zijn. Internationale samenwerking om de gezondheidszorgsystemen te versterken en de tests, beschermingsmiddelen en medische apparatuur te leveren die nodig zijn om levens te redden blijft een prioriteit van de eerste orde.
Maar we mogen niet toestaan dat een nieuwe gezondheidszorgcrisis, hoe dodelijk ook, de tol van oude ʻkillersʼ van ʼs werelds meest achtergestelde kinderen en vrouwen doet stijgen. Voor het vermijden van deze uitkomst is een vierledige aanpak nodig.
In de eerste plaats moeten overheden en donoren de zwaarbevochten winst op het gebied van de gezondheid van moeder en kind verdedigen door de budgetten voor gemeenschapsgezondheidszorg te beschermen, inclusief de gezondheidszorg en inenting van moeders. De donorbijeenkomst van volgende maand die gaat beslissen over de financiering van Gavi voor de periode 2021-2025 is van cruciaal belang. Door gehoor te geven aan de oproep van Gavi om $7,4 miljard aan nieuwe fondsen te verstrekken zouden de donoren de organisatie in staat stellen in deze periode nog eens 300 miljoen kinderen in de ontwikkelingslanden in te enten – waardoor acht miljoen levens gered zouden worden. Er is geen kosteneffectievere investering in de gezondheidszorg denkbaar.
In de tweede plaats moeten de inspanningen om veerkrachtiger gezondheidszorgsystemen te bouwen worden versterkt, met een focus op het aanpakken van de zwakheden die COVID-19 heeft blootgelegd. Veel van ʼs werelds armste landen hebben tekorten aan medische zuurstof – een middel van cruciaal belang, niet alleen voor de behandeling van COVID-19, maar ook van kinderlongontsteking – waaraan ieder jaar 800.000 kinderen van nog geen vijf jaar oud overlijden – en van malaria, sepsis en ademhalingsproblemen bij pasgeborenen.
In de derde plaats is de tijd aangebroken om afscheid te nemen van de valse notie dat universele ziektekostendekking een onbetaalbare luxe is. Wél onbetaalbaar zijn de ongelijkheid, het lijden en de inefficiëntie die gepaard gaat met de financiering van gezondheidszorgdiensten via gebruikslasten die worden opgelegd aan mensen die te arm zijn om die te kunnen betalen. Nu de armoede op het punt staat te gaan toenemen, is de eliminatie van deze lasten en het versterken van de publiek gefinancierde gezondheidszorgsystemen urgenter dan ooit. In feite maakt de universele ziektekostendekking deel uit van dezelfde SDG als vermijdbare moeder- en kindersterfte, waardoor het onderlinge verband wordt onderstreept.
Naarmate de financiële druk op gezondheidszorgsystemen toeneemt, moeten we iedere route voor de mobilisering van hulpmiddelen onderzoeken. Het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank hebben een toezegging van de G20-landen gewaarborgd om de schuldenaflossing van de armste landen op te schorten. Dit is een kans om geld dat is geoormerkt voor schuldenaflossing om te zetten in een investeringsfonds voor de gezondheid van moeder en kind.
COVID-19 is een verwoestende verwijzing naar onze gedeelde kwetsbaarheid. Maar we worden allemaal verenigd door de gedeelde waarden die worden weerspiegeld in onze belofte om een einde te maken aan de vermijdbare kinder- en moedersterfte. Terwijl we de pandemie bestrijden, moeten we vasthouden aan die toezegging en de belofte waarmaken aan de kinderen en vrouwen wier levens op het spel staan.
Vertaling: Menno Grootveld