Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

berglof23_Rawf8 Getty Images_eurocoinslightbulb Rawf8/Getty Images

Europa heeft haar eigen ontwikkelingsbank nodig

LONDEN – Europa heeft behoefte aan een robuuste en wendbare ontwikkelingsbank die kan samenwerken met, maar ook een uitdaging kan vormen voor de Chinese instellingen die betrokken zijn bij het Belt and Road Initiative en met de onlangs versterkte ontwikkelingsagentschappen van de Verenigde Staten. Met dit doel in het achterhoofd heeft de Europese Unie onlangs een “groep van wijze mensen” (WPG) benoemd om de structuur van de ontwikkelingsfinanciering van de Europese Unie te onderzoeken. De groep, waarvan ik deel uitmaakte, heeft drie gestileerde opties bedacht. Maar er is misschien ook een vierde alternatief dat de beste eigenschappen van de bestaande instellingen combineert.

De EU heeft een ontwikkelingsbank nodig, zodat zij haar vermogen kan versterken om te reageren op grote mondiale en regionale uitdagingen – bovenal, op de risico's en mogelijkheden in Afrika. Vanuit een geopolitiek standpunt bezien moet Europa dringend haar economische soevereiniteit versterken, zonder de ambitie los te laten om multilaterale coalities te smeden. Ontwikkelingsfinanciering is in dat opzicht een cruciale bouwsteen, en hoewel Europa momenteel bijna tweederde van alle mondiale ontwikkelingsfinanciering bijdraagt, zou het veel meer impact hebben als de inspanningen van de EU beter waren gecoördineerd.

De twee bestaande Europese instellingen voor ontwikkelingsfinanciering – de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) en de Europese Investeringsbank (EIB) – hebben ieder hun sterke kanten. De ERBD is een echte ontwikkelingsbank met een breed scala aan activiteiten, een nauwe beleidsdialoog met nationale overheden en een zware aanwezigheid op de grond. De EIB is intussen vooral gericht op de EU: het is een beleidsnemer, en het grootste deel van het personeel is in Luxemburg gehuisvest. Maar beide banken zijn zwak waar de ontwikkelingsbehoeften het grootst zijn: in fragiele staten en met name in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika.

Kortom: het Europese systeem voor ontwikkelingsfinanciering moet herzien worden. Het handhaven van de status quo, ook al zou die worden versterkt door de kortetermijnmaatregelen die door de WPG zijn voorgesteld, zal Europa niet helpen haar geloofwaardigheid en vermogen op te bouwen om op de langere termijn als mondiale speler op te kunnen treden.

Eén optie die door de WPG werd voorgesteld is het oprichten van een nieuwe bank, met de EBRD, de EIB en de Europese Commissie als aandeelhouders. Maar dit zou enorme investeringen van financieel kapitaal vergen, evenals een gespecialiseerde staf, en zou tijd kosten – die zeer kostbaar is als we vóór 2030 de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties willen verwezenlijken. Om deze redenen hebben de Europese ministers van Financiën dit scenario al afgewezen.

De twee resterende mogelijkheden zijn het opbouwen van de nieuwe bank uit ofwel de EBRD ofwel de EIB, waarbij de WPG duidelijk de voorkeur geeft aan de eerstgenoemde optie. Helaas zal de EU na de Brexit slechts iets meer dan 50% van de stemmen in de EBRD controleren, terwijl voor veel belangrijke beslissingen grotere meerderheden nodig zijn. En als Europa meer kapitaal ter beschikking zou stellen, zijn er geen garanties dat aandeelhouders van buiten de EU ermee zouden instemmen hun stemhebbende aandelen te beperken.

Subscribe now
Bundle2020_web

Subscribe now

Subscribe today and get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, the PS archive of more than 14,000 commentaries, and our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

De EIB-optie zou het afstoten van de niet tot de EU behorende bezittingen van de bank inhouden (ongeveer 10% van het totaal), aan een nieuwe dochteronderneming die volledig wordt gecontroleerd door Europese entiteiten. Hiertoe zouden de Commissie kunnen behoren en nationale ontwikkelingsinstellingen als het Duitse KfW of het Franse Agence Française de Développement. De grote en mogelijk overweldigende uitdaging is om de EIB of haar dochter om te vormen tot een ontwikkelingsinstelling, ondanks de afwezigheid van fundamentele eigenschappen zoals een inclusieve aandeelhoudersbasis of diepgaande lokale aanwezigheid.

Gelukkig is er ook een vierde optie die de verschillende delen van het systeem op een interessante en mogelijk politiek verteerbaarder manier kan samenbrengen – onder meer door de nationale ontwikkelingsinstellingen er meer bij te betrekken.

Veel van deze entiteiten zijn op belangrijke terreinen actief, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs, en zijn werkzaam in delen van de wereld waar de EBRD en de EIB zo goed als niet aanwezig zijn. Zij zouden geïntegreerd kunnen worden in een open Europees systeem voor de ontwikkelingsfinanciering, waarbinnen nationale, regionale en mondiale instellingen concurreren om Europese hulpprojecten te implementeren onder een samenhangend Europees ontwikkelingsbeleid.

Deze optie zou ook inhouden dat de activiteiten van de EBRD en de EIB van elkaar gescheiden worden. De twee banken lopen elkaar nu al in vele landen en sectoren tegen het lijf, en hun huidige expansieplannen zouden die overlap nog versterken. De EIB zou zich uitsluitend op de landen van de EU kunnen richten, terwijl haar bezittingen elders naar de EBRD worden overgeheveld. Omgekeerd zou de EBRD haar bezittingen in de EU kunnen overdragen, om zich te concentreren op de landen in de buurt van Europa en van het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika. Een dergelijke uitruil zou niet makkelijk zijn, maar werd ooit al eens voorbereid, in 2013.

Het derde en cruciale onderdeel van dit voorstel zou het omvormen van de EBRD zijn tot Europese Duurzame Ontwikkelingsbank, die werkt naast instellingen als de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.

Om haar leencapaciteit te verhogen heeft de EBRD extra kapitaal nodig. Omdat waarschijnlijk alleen Europese aandeelhouders hieraan zullen bijdragen, moeten hun stemhebbende aandelen in de bank stijgen. Maar de niet tot de Europese Unie behorende aandeelhouders, waaronder de VS en Groot-Brittannië, zouden nog steeds vertegenwoordigd zijn, zodat de multilaterale aanpak behouden blijft. De EIB zou zich er intussen op richten de Europese klimaatbank te worden, en zou dienen als achtervang om te helpen bij het versterken van de nationale instellingen voor ontwikkelingsfinanciering.

Het is nu een goed moment om de Europese ontwikkelingsfinanciering te herzien, deels omdat de EU momenteel haar begroting voor de komende zeven jaar aan het voorbereiden is. Net zo belangrijk is het dat de EBRD, een instelling met een bewezen staat van dienst en extra leencapaciteit, de komende maanden voor strategische keuzes zal komen te staan.

Nu de Brexit aanstaande is, zullen de niet tot de EU behorende aandeelhouders van de EBRD binnenkort geconfronteerd worden met een grimmige keuze tussen het omlaag brengen van hun respectievelijke belangen of het getuige zijn van de oprichting van een nieuwe Europese instelling, waarin zij noch de ontvangende landen van de EBRD aandelen zullen hebben. En zonder toegang tot Europese subsidies zal de EBRD niet langer levensvatbaar zijn in veel van de sectoren en landen waarin zij nu opereert, en uiteindelijk misschien zelfs de deuren moeten sluiten.

In plaats van de EBRD failliet te laten gaan, moeten de EU en haar internationale partners de bank in het hart van de Europese ontwikkelingsfinanciering plaatsen. In een tijd van toenemende onzekerheid, groeiende internationale dreigingen en fundamentele uitdagingen aan het adres van het multilateralisme, hebben we meer dan ooit solide instellingen nodig.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/jZvyvQFnl;