skidelsky161_Busakorn Pongparnit_getty images_economic policy Busakorn Pongparnit/Getty Images

De stille revolutie in het economisch beleid

LONDEN – Er is iets buitengewoons gebeurd met de macro-economische beleidsvorming. Deels als gevolg van de impact van COVID-19 is de oude orthodoxie vervangen door een nieuwe – maar zonder dat iemand de implicaties van deze verschuiving onderkent, of zelfs maar wil toegeven dat er problemen waren met de vorige consensus.

In een recent interview heeft Paul Tucker, voormalig plaatsvervangend gouverneur van de Bank of England (BOE), bijvoorbeeld gezegddat ʻhet monetaire beleid nu op de tweede plaats moet komen ten opzichte van het begrotingsbeleid.ʼ Andere centrale bankiers, hoge ambtenaren van ministeries van Financiën, en functionarissen van de OESO en het Internationale Monetaire Fonds zeggen ongeveer hetzelfde.

Wat deze financiële paladijnen echter nooit of slechts zelden erkennen, is hoezeer zij het in het verleden bij het verkeerde eind hadden. De Financial Times, dat bastion van het financiële establishment, kwam nog het dichtst in de buurt van een mea culpa met zijn recente schoorvoetende bekentenis dat de bezuinigingen die de krant in 2010 had bepleit ʻmisschien een grotere negatieve impact hebben gehad dan we hadden verwacht.ʼ Toch wordt ook hier geen gewag gemaakt van de omvang van de breuk met de theorie voor het macro-economisch beleid die nog maar een paar jaar geleden de overhand had.

We hope you're enjoying Project Syndicate.

To continue reading, subscribe now.

Subscribe

or

Register for FREE to access two premium articles per month.

Register

https://prosyn.org/AdS1BGFnl