GENÈVE – Niet-overdraagbare ziekten (NCDs) als hartziekten, beroertes, kanker, diabetes en chronische longziekten zijn verantwoordelijk voor 70% van alle sterfgevallen. Er is onomstotelijk bewijs dat tabaksgebruik, inactiviteit, ongezonde voedingsgewoonten en excessief alcoholgebruik de kans vergroten dat je voortijdig overlijdt aan een NCD.
En toch blijft de mondiale obesitas-epidemie grotendeels onbeantwoord, ondanks de wijdverbreide kennis van de risico's, terwijl het tabaks- en alcoholgebruik blijft stijgen. Het is tegen deze achtergrond dat netwerken van NCD-allianties van 9 t/m 11 december bijeen zijn gekomen op het tweede Mondiale NCD Alliantie Forum in de Verenigde Arabische Emiraten.
Nu zij op zoek zijn naar oplossingen om de NCDs onder controle te brengen, moeten ze hun inspiratie ontlenen aan de strijd tegen AIDS. Mensen die leven met en besmet zijn met HIV houden de pogingen om met een antwoord te komen op gang, en hun unieke vorm van mobilisatie is instrumenteel geweest voor de vooruitgang. Hoewel de strijd nog niet voorbij is, weten AIDS-activisten dat hij wél gewonnen kan worden.
Op dezelfde manier kan een goed gemobiliseerde NCD-beweging het tij tegen deze epidemie keren. Toch heeft Richard Horton, de hoofdredacteur van het medische tijdschrift The Lancet, in 2015 gezegd dat de NCD-gemeenschap een “elektrische schok nodig heeft voor zijn half in coma verkerende ziel.” Hij voegde daaraan toe: “Maar wie heeft de moed om die schok toe te dienen?”
Wij geloven dat er lessen kunnen worden geleerd van de AIDS-activisten. Nu de wereldwijde aandacht zich richt op de preventie van NCDs, moeten degenen die trachten deze afwendbare ziekten aan banden te leggen naar de AIDS-organisaties kijken voor richtlijnen.
Het eerste waar de NCD-gemeenschap over zal moeten nadenken is een vorm van activisme. Iedereen van boven de veertig zal zich de beelden herinneren van AIDS-activisten die “die-ins” hielden op wetenschappelijke bijeenkomsten in de hele wereld. In de Verenigde Staten gingen AIDS-activisten de straat op, en slaagden ze er in oktober 1988 zelfs in het hoofdkwartier van de Food and Drug Administration een hele dag ontoegankelijk te maken. In de hele wereld lobbyden activisten bij regeringen en farmaceutische bedrijven om medicijnen betaalbaarder te maken. Dit activisme gaat nog steeds door, en zou moeten dienen als een model voor actie op het gebied van de NCDs.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Vervolgens moet de NCD-gemeenschap een stoutmoediger aanpak hanteren van budgetten, eveneens een belangrijk element van de strategie van de AIDS-beweging. Burgerlijke organisaties en grassroots-activisme kunnen in het begin zorgen voor veel enthousiasme, maar voor het organiseren en in stand houden van een coalitie met een brede basis is geld nodig. De AIDS-beweging is hier vanaf het begin af aan duidelijk over geweest, en heeft gelobbied voor hulpmiddelen ter effectieve ondersteuning van zijn pleitbezorging en verantwoordingsplicht.
De AIDS-beweging begreep ook al snel dat vooruitgang alleen maar mogelijk was met steun uit vele hoeken, en dat coalities moesten worden gesloten. Activisten legden contacten tussen mensen met HIV en mensen die zich met andere zaken bezighielden, zoals vrouwenrechten, intellectueel eigendom, voeding en huisvesting. Coalities en campagnes rondom één specifieke kwestie werken het beste als ze insiders en outsiders bijeen brengen, zodat perspectieven en expertise gecombineerd kunnen worden.
De AIDS-beweging heeft ook begrepen dat een holistisch antwoord op de epidemie cruciaal was als zij meer steun wilde krijgen. Voor succes was het dus van levensbelang om de aandacht te vestigen op de interconnectiviteit van het probleem. Het lobbyen bij leiders uit het onderwijs om meisjes langer op school te houden heeft er bijvoorbeeld toe bijgedragen jonge mensen te voorzien van de kennis en de handelingsbekwaamheid de nodig zijn om slim te kunnen besluiten over de vraag wanneer en met wie ze veilige seks kunnen hebben. Op dezelfde manier zijn er banden gesmeed met groepen die werkzaam zijn op het gebied van armoede, gender en voeding – factoren die een rol hebben gespeeld in het op gang brengen van de AIDS-crisis. NCDs zijn niet minder geïsoleerd als het om hun causaliteit gaat, en vragen eveneens om een multi-sectorale aanpak voor hun preventie.
Engagement was datgene wat de AIDS-beweging heeft geholpen zo invloedrijk te worden. Door elementen te ontlenen aan het speelboek van de beweging voor gehandicaptenrechten, die de leuze heeft uitgedragen “Nothing About Us Without Us,” (Niets Over Ons Zonder Ons Erbij Te Betrekken”), eisten AIDS-activisten toegang tot de organisaties die werden opgericht om zich met de ziekte bezig te houden. UNAIDS blijft bijvoorbeeld het enige agentschap van de VN met zetels in zijn bestuur voor vertegenwoordigers uit de burgermaatschappij. Deze norm is zo krachtig ingebed in de AIDS-beweging dat het bijna ondenkbaar is dat een AIDS-bijeenkomst kan plaatsvinden zonder vertegenwoordiging uit de gemeenschap zelf.
Bewegingen ter preventie van ziekten moeten ook verleidelijke narratieven ontwikkelen, en dat was van cruciaal belang voor de inspanningen van de AIDS-gemeenschap om de steun te verwerven van politieke leiders. In het bijzonder werd de toegang tot AIDS-behandelingen voorgesteld als een zaak van economische rechtvaardigheid. Het op deze manier over het voetlicht brengen van het verhaal leidde tot een drastische verlaging van de prijs van medicjnen, zozeer zelfs dat de helft van de mensen met HIV in lage- en midden-inkomenslanden nu een behandeling krijgt.
Een even belangrijke kwestie voor AIDS, die zeer relevant is voor de beweging rond NCDs, is die van de verantwoordelijkheid. De AIDS-gemeenschap heeft er heel aan hard gewerkt om de aandacht te verplaatsen van het aanwijzen van individuele levensstijlkeuzes als “de schuldfactor” naar het verantwoordelijk stellen van de staat voor het bieden van adequate gezondheidszorg en het wegnemen van wettelijke discriminatie.
In het AIDS-debat was gender een belangrijk richtpunt. HIV werd aanvankelijk gezien als een “homo-ziekte,” en gender-identiteit was al vroeg ingebed in het DNA van de AIDS-beweging. De gender-dimensies van NCDs zijn niet minder belangrijk; je hoeft alleen maar te kijken hoe alcohol en tabak aan de man worden gebracht om dat te begrijpen. Gender moet daarom een richtpunt worden voor de inspanningen om NCDs te voorkomen.
Tenslotte vormden de mensenrechten de werkelijke basis van het antwoord op AIDS. Er zijn campagnes gelanceerd tegen discriminatie op het werk, op school, en in de gezondheidszorg. Strategische rechtszaken hielpen de gelijkheid voor de wet te garanderen. De AIDS-beweging weigerde grote conferenties te houden in landen met strenge wetten tegen mensen met HIV. De NCD-beweging zou eenzelfde koers kunnen uitstippelen door bijvoorbeeld te weigeren bijeenkomsten te organiseren in landen die er niet in slagen de reclame voor junk food voor kinderen te beperken.
De lijst met AIDS-lessen kan nog veel langer zijn, maar het is niet verkeerd om met de mensenrechten te eindigen, omdat die motor zijn geweest achter het antwoord op AIDS, en ook de motor zouden moeten zijn achter het antwoord op de NCDs. Armoede, uitsluiting, en sociale en economische marginalisering zorgen ervoor dat het risico dat mensen HIV oplopen groter wordt. Dat geldt ook voor NCDs.
De aanvankelijke reactie van de mainstream op de AIDS-epidemie was de vraag: “Waarom maken die mensen geen betere keuzes?” De AIDS-beweging heeft duidelijk gemaakt dat dit de verkeerde vraag was. Vandaag de dag, nu 70% van de planeet het risico loopt voortijdig te overlijden als gevolg van afwendbare ziekten, zijn velen van ons “die mensen”. De NCD- en AIDS-gemeenschappen kunnen van elkaar leren. We zullen een sterkere beweging zijn als we de handen ineen weten te slaan.
Vertaling: Menno Grootveld
De hier geuite meningen weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van UNAIDS.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
World order is a matter of degree: it varies over time, depending on technological, political, social, and ideological factors that can affect the global distribution of power and influence norms. It can be radically altered both by broader historical trends and by a single major power's blunders.
examines the role of evolving power dynamics and norms in bringing about stable arrangements among states.
GENÈVE – Niet-overdraagbare ziekten (NCDs) als hartziekten, beroertes, kanker, diabetes en chronische longziekten zijn verantwoordelijk voor 70% van alle sterfgevallen. Er is onomstotelijk bewijs dat tabaksgebruik, inactiviteit, ongezonde voedingsgewoonten en excessief alcoholgebruik de kans vergroten dat je voortijdig overlijdt aan een NCD.
En toch blijft de mondiale obesitas-epidemie grotendeels onbeantwoord, ondanks de wijdverbreide kennis van de risico's, terwijl het tabaks- en alcoholgebruik blijft stijgen. Het is tegen deze achtergrond dat netwerken van NCD-allianties van 9 t/m 11 december bijeen zijn gekomen op het tweede Mondiale NCD Alliantie Forum in de Verenigde Arabische Emiraten.
Nu zij op zoek zijn naar oplossingen om de NCDs onder controle te brengen, moeten ze hun inspiratie ontlenen aan de strijd tegen AIDS. Mensen die leven met en besmet zijn met HIV houden de pogingen om met een antwoord te komen op gang, en hun unieke vorm van mobilisatie is instrumenteel geweest voor de vooruitgang. Hoewel de strijd nog niet voorbij is, weten AIDS-activisten dat hij wél gewonnen kan worden.
Op dezelfde manier kan een goed gemobiliseerde NCD-beweging het tij tegen deze epidemie keren. Toch heeft Richard Horton, de hoofdredacteur van het medische tijdschrift The Lancet, in 2015 gezegd dat de NCD-gemeenschap een “elektrische schok nodig heeft voor zijn half in coma verkerende ziel.” Hij voegde daaraan toe: “Maar wie heeft de moed om die schok toe te dienen?”
Wij geloven dat er lessen kunnen worden geleerd van de AIDS-activisten. Nu de wereldwijde aandacht zich richt op de preventie van NCDs, moeten degenen die trachten deze afwendbare ziekten aan banden te leggen naar de AIDS-organisaties kijken voor richtlijnen.
Het eerste waar de NCD-gemeenschap over zal moeten nadenken is een vorm van activisme. Iedereen van boven de veertig zal zich de beelden herinneren van AIDS-activisten die “die-ins” hielden op wetenschappelijke bijeenkomsten in de hele wereld. In de Verenigde Staten gingen AIDS-activisten de straat op, en slaagden ze er in oktober 1988 zelfs in het hoofdkwartier van de Food and Drug Administration een hele dag ontoegankelijk te maken. In de hele wereld lobbyden activisten bij regeringen en farmaceutische bedrijven om medicijnen betaalbaarder te maken. Dit activisme gaat nog steeds door, en zou moeten dienen als een model voor actie op het gebied van de NCDs.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Vervolgens moet de NCD-gemeenschap een stoutmoediger aanpak hanteren van budgetten, eveneens een belangrijk element van de strategie van de AIDS-beweging. Burgerlijke organisaties en grassroots-activisme kunnen in het begin zorgen voor veel enthousiasme, maar voor het organiseren en in stand houden van een coalitie met een brede basis is geld nodig. De AIDS-beweging is hier vanaf het begin af aan duidelijk over geweest, en heeft gelobbied voor hulpmiddelen ter effectieve ondersteuning van zijn pleitbezorging en verantwoordingsplicht.
De AIDS-beweging begreep ook al snel dat vooruitgang alleen maar mogelijk was met steun uit vele hoeken, en dat coalities moesten worden gesloten. Activisten legden contacten tussen mensen met HIV en mensen die zich met andere zaken bezighielden, zoals vrouwenrechten, intellectueel eigendom, voeding en huisvesting. Coalities en campagnes rondom één specifieke kwestie werken het beste als ze insiders en outsiders bijeen brengen, zodat perspectieven en expertise gecombineerd kunnen worden.
De AIDS-beweging heeft ook begrepen dat een holistisch antwoord op de epidemie cruciaal was als zij meer steun wilde krijgen. Voor succes was het dus van levensbelang om de aandacht te vestigen op de interconnectiviteit van het probleem. Het lobbyen bij leiders uit het onderwijs om meisjes langer op school te houden heeft er bijvoorbeeld toe bijgedragen jonge mensen te voorzien van de kennis en de handelingsbekwaamheid de nodig zijn om slim te kunnen besluiten over de vraag wanneer en met wie ze veilige seks kunnen hebben. Op dezelfde manier zijn er banden gesmeed met groepen die werkzaam zijn op het gebied van armoede, gender en voeding – factoren die een rol hebben gespeeld in het op gang brengen van de AIDS-crisis. NCDs zijn niet minder geïsoleerd als het om hun causaliteit gaat, en vragen eveneens om een multi-sectorale aanpak voor hun preventie.
Engagement was datgene wat de AIDS-beweging heeft geholpen zo invloedrijk te worden. Door elementen te ontlenen aan het speelboek van de beweging voor gehandicaptenrechten, die de leuze heeft uitgedragen “Nothing About Us Without Us,” (Niets Over Ons Zonder Ons Erbij Te Betrekken”), eisten AIDS-activisten toegang tot de organisaties die werden opgericht om zich met de ziekte bezig te houden. UNAIDS blijft bijvoorbeeld het enige agentschap van de VN met zetels in zijn bestuur voor vertegenwoordigers uit de burgermaatschappij. Deze norm is zo krachtig ingebed in de AIDS-beweging dat het bijna ondenkbaar is dat een AIDS-bijeenkomst kan plaatsvinden zonder vertegenwoordiging uit de gemeenschap zelf.
Bewegingen ter preventie van ziekten moeten ook verleidelijke narratieven ontwikkelen, en dat was van cruciaal belang voor de inspanningen van de AIDS-gemeenschap om de steun te verwerven van politieke leiders. In het bijzonder werd de toegang tot AIDS-behandelingen voorgesteld als een zaak van economische rechtvaardigheid. Het op deze manier over het voetlicht brengen van het verhaal leidde tot een drastische verlaging van de prijs van medicjnen, zozeer zelfs dat de helft van de mensen met HIV in lage- en midden-inkomenslanden nu een behandeling krijgt.
Een even belangrijke kwestie voor AIDS, die zeer relevant is voor de beweging rond NCDs, is die van de verantwoordelijkheid. De AIDS-gemeenschap heeft er heel aan hard gewerkt om de aandacht te verplaatsen van het aanwijzen van individuele levensstijlkeuzes als “de schuldfactor” naar het verantwoordelijk stellen van de staat voor het bieden van adequate gezondheidszorg en het wegnemen van wettelijke discriminatie.
In het AIDS-debat was gender een belangrijk richtpunt. HIV werd aanvankelijk gezien als een “homo-ziekte,” en gender-identiteit was al vroeg ingebed in het DNA van de AIDS-beweging. De gender-dimensies van NCDs zijn niet minder belangrijk; je hoeft alleen maar te kijken hoe alcohol en tabak aan de man worden gebracht om dat te begrijpen. Gender moet daarom een richtpunt worden voor de inspanningen om NCDs te voorkomen.
Tenslotte vormden de mensenrechten de werkelijke basis van het antwoord op AIDS. Er zijn campagnes gelanceerd tegen discriminatie op het werk, op school, en in de gezondheidszorg. Strategische rechtszaken hielpen de gelijkheid voor de wet te garanderen. De AIDS-beweging weigerde grote conferenties te houden in landen met strenge wetten tegen mensen met HIV. De NCD-beweging zou eenzelfde koers kunnen uitstippelen door bijvoorbeeld te weigeren bijeenkomsten te organiseren in landen die er niet in slagen de reclame voor junk food voor kinderen te beperken.
De lijst met AIDS-lessen kan nog veel langer zijn, maar het is niet verkeerd om met de mensenrechten te eindigen, omdat die motor zijn geweest achter het antwoord op AIDS, en ook de motor zouden moeten zijn achter het antwoord op de NCDs. Armoede, uitsluiting, en sociale en economische marginalisering zorgen ervoor dat het risico dat mensen HIV oplopen groter wordt. Dat geldt ook voor NCDs.
De aanvankelijke reactie van de mainstream op de AIDS-epidemie was de vraag: “Waarom maken die mensen geen betere keuzes?” De AIDS-beweging heeft duidelijk gemaakt dat dit de verkeerde vraag was. Vandaag de dag, nu 70% van de planeet het risico loopt voortijdig te overlijden als gevolg van afwendbare ziekten, zijn velen van ons “die mensen”. De NCD- en AIDS-gemeenschappen kunnen van elkaar leren. We zullen een sterkere beweging zijn als we de handen ineen weten te slaan.
Vertaling: Menno Grootveld
De hier geuite meningen weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van UNAIDS.