Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

bruszt5_Omar MarquesSOPA ImagesLightRocket via Getty Images_CEUhungaryprotest Omar Marques/SOPA Images/LightRocket via Getty Images

Een Europese universiteit in ballingschap

BOEDAPEST/WENEN – Vijftien november wijdde de Centraal-Europese Universiteit (CEU) officieel haar nieuwe campus in Wenen in na geheel arbitrair Hongarije te zijn uitgegooid. Diezelfde dag opende de regering van de Hongaarse premier Viktor Orbán in Boedapest weer eens een nieuw groot sportstadion.

Het was te voorzien dat de door de regering gecontroleerde Hongaarse media zich op die laatste gebeurtenis concentreerden en het vertrek van de CEU, de meest vooraanstaande universiteit van het land in Europese en wereldwijde rankings, negeerden. Maar ook de Europese leiders hielden zich grotendeels oorverdovend en ontmoedigend stil op de dag dat de eerste universiteit in ballingschap in de EU haar deuren opende in de hoofdstad van een buurland.

Ter contrast: burgemeester van Wenen Michael Ludwig benadrukte het belang van de gebeurtenis juist. 'Twee jaar geleden waren we getuige van iets waarvan ik dacht dat ondenkbaar was, en dat in feite niet zou mogen plaatsvinden in een verenigd Europa,' zo zei hij, 'een academisch instituut werd kenbaar gemaakt dat het niet langer welkom was in de hoofdstad van het land.' Ludwigs sentiment vond elders in de EU echter maar weinig weerklank.

Zeker, bijna alle politieke sleutelfiguren binnen de EU hebben op een of ander moment hun solidariteit met de CEU betuigd. CEU-rector en -voorzitter Michael Ignatieff kon in zijn toespraak tot het Europese Parlement in Brussel in april 2017 dan ook nog zeggen: 'Ik heb de steun van Washington. Ik krijg steun uit Berlijn, ik krijg steun in Boedapest […] ik vind steun in München. Nu is het tijd voor enige steun uit Brussel.'

En Ignatieff kreeg enige steun, tenminste in het begin. In december 2017 daagde de Europese Commissie Hongarije voor het Europese Hof van Justitie over de zogeheten CEU-wet van de regering waarvan de universiteit zei dat deze bedoeld was om haar het land uit te krijgen. 'Brussel voert de strijd om democratische waarden in Centraal-Europa te beschermen op', zoals de The Guardian het toen bracht.

Toen schorste de Europese Volkspartij (EVP), de grootste politieke groepering in het Europese parlement, in maart 2019 Orbáns Fidesz-partij. Het is waar dat deze beslissing voornamelijk werd ingegeven door de fake news-campagne van Fidesz tegen president van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker in plaats van haar aanvallen op de academische vrijheid. Maar de EVP eiste ook dat de regering Orbán 'de hangende wettelijke kwesties betreft de Centraal-Europese Universiteit.' zou verhelderen.

Subscribe now
Bundle2020_web

Subscribe now

Subscribe today and get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, the PS archive of more than 14,000 commentaries, and our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

Uiteindelijk 'verhelderde' de Hongaarse regering de positie van de CEU binnen het wetssysteem van het land echter niet. Erger nog, door de universiteit te verdrijven heeft Orban een precedent geschapen dat andere gelijkstemde EU-leiders kunnen navolgen. Het is tekenend dat vijf dagen nadat de CEU zijn nieuwe Weense campus opende Hongarije en Polen hun veto uitspraken over een EU-resolutie die voorstelt dat de Commissie een jaarlijks rapport over de staat van de rechtsstaat in elk EU-land gaat opstellen.

De verdrijving van de CEU uit Hongarije brengt twee realiteiten over de EU voor het voetlicht. Ten eerste: ondanks de catastrofale poging van de Britse Conservatieve Partij om de 'soevereiniteit' terug te winnen van de EU door middel van Brexit en ondanks het verlies van gematigder 'soevereinistische' partijen bij de Europese Parlementsverkiezingen in mei varen de regeringen van Polen en Hongarije nog steeds een populistisch-soevereinistische koers. Voor hun zijn niet de economische vrijheden die zo angstvallig worden verdedigd door de Commissie en het Europese Hof van belang, maar de vrijheid van regeringen van EU-lidstaten om de regels van het handelsblok naar believen aan hun laars te lappen.

In werkelijkheid is de intimidatie van de CEU door Orbáns regering slechts een van haar vele aanvallen op de politieke rechten en vrijheden van de Hongaarse burger. De onmacht van EU-instituties om de aanval van Orbán op de rechterlijke onafhankelijkheid zowel als op de academische en persvrijheid te stoppen onthult zodoende een fundamenteel institutioneel onevenwicht binnen de unie.

De EU kan lidstaten sanctioneren voor het inperken van economische vrijheden en heeft tevens meer macht om financieel en economisch beleid aan nationale regeringen op te leggen dan de Amerikaanse federale regering ten opzichte van de vijftig staten. De EU kan bijvoorbeeld de speelruimte van lidstaten om democratische beslissingen te nemen over nationale begrotingen limiteren en kan het stakingsrecht beperken.

Maar de EU heeft veel minder macht om de niet-economische rechten van de burgers binnen het blok te verdedigen. Wetsgeleerde Dimitry Kochenov betoogt dat de 'democratie' van de EU, alhoewel geprezen in juridische teksten, 'een vrij doorzichtige façade voor iets anders blijkt, namelijk de bescherming van de markt tegen de burger in plaats van andersom.'

Ten tweede onderstreept het lot van de CEU samen met de andere schendingen van burgerrechten door de Hongaarse regering het gebrek aan wil bij vooraanstaande Europese politici om autocraten type Orbán een halt toe te roepen. De leden van de EVP verachten Orbán en zijn revitalisering van het soevereiniteitsbegrip uit de Sovjetperiode misschien wel, maar zoals R. Daniel Kelemen van Rutgers stelt overtreffen de voordelen van de stemmen die Orbán bijdraagt aan hun coalitie veruit de reputatieschade die ze wellicht over zich afroepen door hem te blijven steunen.

Bovendien dient Orbáns standvastig verdedigen van achterkamertjespolitiek door nationale overheden als de voornaamste manier van besluitvorming binnen de EU de belangen van de meer conservatieve krachten binnen het handelsblok. Orban vreest dat een beweging richting een federale Europese staatsvorm inclusief vergroting van de legitimiteit en macht van het Europese Parlement een beroep op de unie om een breder aantal burgerrechten binnen de EU te beschermen tot gevolg kan hebben, waardoor de verdedigingslinie op EU-niveau van zijn regime weggenomen wordt.

Voor Europese conservatieven, waarvan de meeste samenwerken binnen de EVP, representeert elke stap naar politiek federalisme een hellend vlak richting een 'transferunie'. Ze vrezen dat EU-lidstaten die al soevereiniteit delen qua economische zaken ook gevraagd zal worden om de risico's van het in stand houden van een Europese markt van 500 miljoen zielen te delen. Orbáns aanvallen op 'Brussel' zijn wellicht hinderlijk, maar zijn vijandigheid naar een 'Verenigde Staten van Europa' helpt de soevereinistische zaak te revitaliseren en de dominante positie van de Europese conservatieven te verstevigen.

Het gedwongen vertrek van de CEU uit Hongarije is een trieste en gevaarlijke episode. Als de EU niet opstaat tegen autocraten als Orbán en de burgerrechten niet beter gaat beschermen zal dit zeker niet de laatste zijn.

Vertaling Melle Trap

https://prosyn.org/UfRBwLrnl;

Handpicked to read next